“Ik vond altijd dat een huisarts honderd procent scherp moet zijn”
- Patiënten
Ruud Schilders (58) was bijna vijfentwintig jaar lang huisarts: de man die luisterde, geruststelde en de weg wees. Tot zijn eigen lichaam hem dwong aan de andere kant van de spreekkamer te gaan zitten. Vijf jaar geleden kreeg hij de diagnose parkinson. Half maart nam hij noodgedwongen afscheid van zijn praktijk.
Kleine signalen
Het begon met dubbelklikken. Ruud zat achter zijn computer toen hij merkte dat het niet meer lukte. Eén klik, of vijf — maar precies twee keer, dat ging niet meer. Hij schoof de muis naar zijn linkerhand en werkte gewoon door.
Pas op het strand, tijdens een wandeling met zijn partner Judith, viel er iets op. “Ze zei: je rechterarm beweegt helemaal niet meer mee.” Niet veel later begon ook zijn handschrift te veranderen. Zijn letters werden steeds kleiner. Zijn assistente maakte er grapjes over: “Je krijgt eindelijk een echt doktershandschrift.” Ze lachten erom, maar ergens begon er wel een belletje te rinkelen.
Zijn moeder had parkinson gehad. Toch dacht Ruud niet meteen aan dezelfde ziekte. “Mijn beeld was dat van een oudere man die voorovergebogen loopt. Dat paste helemaal niet bij wat ik ervoer.” Maar de kleine veranderingen stapelden zich op. Ruud meldde zichzelf aan als patiënt. De neuroloog stelde de diagnose: de ziekte van Parkinson.
Van dokter naar patiënt
Die dubbele rol — huisarts én patiënt zijn — voelde meteen vreemd. “Ik wist er als dokter van alles van. Dat is soms een voordeel, maar ook een vloek.” In eerste instantie vertelde hij het alleen aan directe collega’s en goede vrienden. De meeste anderen hadden niets door. “Toen ik het uiteindelijk vertelde, vielen sommigen bijna van hun stoel. Ik had het blijkbaar goed kunnen maskeren.”
Achter die terughoudendheid zat meer dan alleen privébehoefte. “Parkinson zit in je hoofd en uit zich in je lijf. Ik was bang dat mensen mij minder zouden gaan zien — dat ze zouden denken dat ik minder kon.” Die angst bleek ongegrond. Iedereen reageerde vriendelijk en begripvol. “Maar ik had tijd nodig om daar zelf aan toe te zijn.”
De medicatie sloeg goed aan. Zo goed, dat Ruud jarenlang gewoon kon blijven werken. Maar parkinson verandert. Iedere paar maanden verschuift er iets, moet de medicatie worden bijgesteld of gaan dingen moeizamer. En voor een huisarts heeft dat een bijzonder gewicht.
Het moment van stoppen
“Vanaf het moment dat de praktijk om acht uur opengaat tot de telefoon om vijf uur uitgaat, moet je voortdurend schakelen. Van een onschuldige huiduitslag naar een patiënt met pijn op de borst. Van geruststelling naar spoedgeval. Dat schakelen werd steeds moeilijker.”
Hij had zich voorzichtig voorbereid — een waarnemend huisarts nam geleidelijk meer werk over. Toch dacht Ruud dat hij nog wel wat langer door zou kunnen. Tot hij het niet meer kon garanderen. “Ik vond dat mijn patiënten recht hadden op een huisarts die volledig scherp is. Toen ik dat niet meer kon zijn, wist ik dat het tijd was.” Hij is 58 jaar.
Het stoppen raakte hem harder dan hij had verwacht. Niet alleen het werk zelf, maar ook de structuur die erbij hoorde. “Mijn dagen vulden zichzelf altijd. Het werk kwam naar mij toe. Nu moet ik ineens zelf bedenken hoe mijn dag eruitziet. De eerste tijd voelde het alsof ik aan het spijbelen was.”
Leven met parkinson
Inmiddels weet Ruud dat parkinson veel verder gaat dan wat mensen van de buitenkant zien. “Je begint iedere ochtend op nul. Of soms zelfs onder nul. Je moet jezelf als het ware weer aanslingeren.” Zijn energie is onvoorspelbaar — soms plant hij iets en lukt het de volgende dag simpelweg niet.
Toch wil hij blijven bijdragen. Vanuit zijn unieke positie als huisarts én ervaringsdeskundige wil Ruud later een bijeenkomst organiseren voor zorgverleners uit zijn regio. “De meeste huisartsen hebben maar een paar patiënten met parkinson. Dan weet je er minder van dan je misschien zou denken. Als mijn verhaal daar iets aan verandert, is dat al winst.”
Hoop
“Ik hoop dat ik nog ga meemaken dat er behandelingen komen die de ziekte echt afremmen,” zegt Ruud. “De huidige medicatie helpt ontzettend goed — maar geneest niet. We moeten blijven zoeken.” Juist daarom vindt hij onderzoek zo belangrijk.
Voor mensen die net de diagnose hebben gekregen, heeft hij een duidelijke boodschap: “Praat erover. Al is het met één persoon. En doe het in je eigen tempo. Er is geen goede of foute manier om met parkinson om te gaan.”
“Ik weet niet hoe mijn toekomst eruitziet,” besluit hij. “Maar als mijn verhaal ertoe bijdraagt dat er meer begrip komt voor parkinson — of dat onderzoek verder kan komen — dan is dat de moeite meer dan waard.”
Deel dit artikel
Twaalf halve marathons voor een toekomst zonder parkinson
“Ik wil niet dat parkinson mijn leven bepaalt. Ik wil zelf de regie houden.” Die...
Mijn moeder raakte gevangen in haar eigen lichaam Hans rent tegen parkinson
Hans verloor zijn moeder aan de gevolgen van parkinson. Nu, 25 jaar later, rent hij...
“Vroeger stonden we langs de kant voor hem. Nu hopen we dat hij naar ons komt kijken.”
Terug naar overzicht Anne, Twan en Glenn lopen de Dam tot Damloop voor Stichting ParkinsonFonds...